Terug

Klimaatberichten: ‘Met somberheid lossen we wereldproblemen niet op’

In de toekomst is het minimaal 1,5 graden warmer dan nu – en dat is dan nog het gunstigste scenario. We moeten dus met z’n allen aan de bak, bepleit hoofddirecteur van het KNMI Gerard van der Steenhoven. In de Utrecht Science Week gaf hij op 5 oktober in de lezing ‘Klimaatberichten’ een overzicht van de huidige stand van zaken omtrent het klimaatprobleem.

‘Het is nogal dramatisch wat er gaande is’, opent Gerard van der Steenhoven zijn lezing zonder omhaal. Als er iemand is die dat kan weten, is hij het wel. Van der Steenhoven is hoofddirecteur van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en tevens verbonden aan de Universiteit Twente. Zijn lezing vindt plaats in het tijdelijke paviljoen van de Utrecht Science Week in de Botanische Tuinen van de Universiteit. Van der Steenhoven somt in rap tempo de nu al merkbare gevolgen van klimaatverandering op: intense hoosbuien, overstromingen, winterstormen, hittegolven… ‘Deze extreme weersituaties zijn niet nieuw; die hadden we vroeger ook’, benadrukt hij. ‘Maar ten gevolge van het veranderende klimaat gebeurt het nu wel vaker.’

De oorzaak hiervan is het versterkte broeikaseffect, legt hij uit: ‘Door de toenemende hoeveelheid CO2 in de atmosfeer stijgt de gemiddelde temperatuur van onze leefomgeving; de aarde warmt op. Dat heeft invloed op het weer.’ Weliswaar fluctueerde het CO2-gehalte vroeger ook, maar dat had altijd een natuurlijke oorzaak. Sinds de start van de industriële revolutie is het effect van de mens op het broeikaseffect pas echt goed zichtbaar. Van der Steenhoven: ‘Rond 1950 schoot de concentratie CO2 omhoog en sindsdien is ze alleen maar toegenomen. We kunnen er echt niet meer omheen: dit hebben we zelf gedaan.’ En alsof het zo afgesproken is, raast de wind plots door het paviljoen om zijn uitspraak kracht bij te zetten.


Foto: Seth Carnill

Blijvend effect
Om de zoveel jaar stelt het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), een organisatie van de Verenigde Naties, op basis van vele studies een klimaatrapport op. Van der Steenhoven laat ons een minder bekende, maar daarom niet minder belangrijke conclusie van het rapport van 2018 zien. Ik lees op het scherm: ‘Alleen de laagste emissiescenario’s zullen binnen 20 jaar leiden tot waarneembare effecten op de CO2-concentraties en de gemiddelde oppervlaktetemperatuur.’ Van der Steenhoven verklaart hoe dat kan: ‘CO2-moleculen hebben een verblijftijd van gemiddeld honderd jaar – atmosferen en oceanen zijn immers trage systemen.’ En hoewel het klimaatrapport vijf mogelijke emissiescenario’s schetst, voorspelt zelfs het gunstigste scenario daarom nog steeds een temperatuurstijging van 1,5 graden. ‘We kunnen ons er dus maar beter op voorbereiden’, concludeert Van der Steenhoven.


Foto: Seth Carnill

Samen verder
Dat betekent niet dat we bij de pakken neer moeten zitten. Integendeel: de voorspelde gevolgen van de klimaatcrisis zijn dermate angstaanjagend dat er iets moét gebeuren. Het IPCC-rapport van 2021 stelt dat als de uitstoot van broeikasgassen niet verandert, de grens van 1,5 graden waarschijnlijk al over tien jaar permanent overschreden wordt. Hoe we die temperatuurstijging dan precies tegen moeten gaan blijft een lastig vraagstuk, beaamt Van der Steenhoven. ‘De complexe interactie tussen het klimaat, de samenleving en onze biologische omgeving maakt oplossingen minder rechtlijnig. Als je bijvoorbeeld de open verbindingen met de Noordzee moet afsluiten vanwege de zeespiegelstijging, kan dat negatieve effecten hebben op de biodiversiteit. Goed beleid vraagt begrip en rekenschap dat alles met elkaar samenhangt.’

Wat kunnen we wel doen? Van der Steenhoven geeft een voorbeeld: ‘Momenteel wekken we onze energie op met steenkolen, olie en aardgas. Willen we onze aarde leefbaar houden, dan moeten we dat terugschroeven naar nul en de vraag opvangen met duurzame alternatieven: hernieuwbare energie opgewekt met zonnepanelen, windmolens en geothermie, maar mogelijk ook waterkracht en kernenergie.’ Ook wijzelf kunnen veranderingen in ons leven aanbrengen om toe te werken naar een klimaatneutrale samenleving, stelt Van der Steenhoven: ‘Weet dat elke koe net zo erg is als een dieselauto’.


Foto: Seth Carnill

Goede hoop
Hoewel zijn verhaal genoeg reden bevat om te wanhopen, is Van der Steenhoven van nature een optimist. ‘Met somberheid lossen we wereldproblemen niet op’, is zijn simpele verklaring. Daarom sluit hij zijn lezing af met ‘lichtpuntjes’. Zo stijgt het aantal duurzame initiatieven snel, ook hier in Nederland. ‘Ons land was altijd het slechtste jongetje van de klas wat betreft duurzaamheid. Maar de afgelopen paar jaar is daar verandering in gekomen, vooral door de massale inzet van zonnepanelen en het effect van windparken op de Noordzee.’

Ook reden voor hoop: het slechtste scenario wat betreft temperatuurstijging staat niet langer in het recentste IPCC-rapport. De organisatie concludeerde dat er inmiddels zo veel klimaatmaatregelen zijn genomen, dat de wereldwijde temperatuurstijging van vijf graden niet langer als heel waarschijnlijk wordt beschouwd. Maar, benadrukt Van der Steenhoven: ‘Dat neemt niet weg dat we met z’n allen als de sodemieter aan de slag moeten.’

 

Geschreven door: Eline Kraaijenvanger, New Scientist