Terug

Proefdiervrije innovaties – de nieuwe gouden standaard of luchtfietserij?

Het gebruik van proefdieren in het onderzoek gaat altijd gepaard met ethische dilemma’s, zeker nu er alsmaar meer diervrije alternatieven worden ontwikkeld. In het kader van de Utrecht Science Week komen vier experts samen om het nut en noodzaak van proefdiervrije innovaties in het onderzoek te bespreken.

Het blijft een gevoelig punt in de wetenschap: dierproeven. Toegegeven, proefdieren leveren inderdaad de innovaties op waar we als samenleving om vragen. Maar met het huidige tempo waarmee proefdiervrije alternatieven het licht zien – stamcellen, organoïden, organ-on-a-chip, big data – wordt het tegengeluid steeds harder. Hebben we al die proefdieren nog wel nodig? En zo nee, hoe realiseren we de transitie naar een proefdiervrije onderzoekswereld? Deze vragen staan centraal bij het debat ‘Proefdiervrije innovaties’, onderdeel van de themadag ‘Gezond leven’.

In het auditorium van het Prinses Maxima Centrum gaan drie experts met elkaar om tafel: adviseur Wetenschap & Innovatie bij Proefdiervrij Saskia Aan, neurowetenschapper Jeroen Pasterkamp en dierenarts Daniela Salvatori. D66-politicus Tjeerd de Groot sluit aan via het scherm. Onder leiding van Wouter Dhert en Cyrille Krul presenteren de experts elk hun standpunt over proefdiervrije innovaties in een korte pitch, waarna er ruimte is voor een open discussie over de toekomst van het gebruik van proefdieren als onderzoeksmodel.


Foto: Seth Carnill

Proefdiervrij of proefdierarm?
Het eerste woord is aan Salvatori. Zij maakt zich hard voor het welzijn van het dier: ‘We hebben vaak de neiging te vergeten dat dieren ook stakeholders zijn in dit verhaal. Zij hebben geen stem, dus ligt de verantwoordelijkheid bij ons om voor ze te spreken.’ Haar missie is daarom een wereld zonder proefdieren. Daarin is volgens haar een grote rol weggelegd voor het onderwijs. ‘Dieren worden standaard als model voor de mens gebruikt in het onderwijs. Om dit te veranderen moeten we toekomstige – én huidige – generaties op een andere manier opleiden. We moeten onze studenten leren kritisch te denken over het gebruik van proefdieren en de mogelijkheden van diervrije innovaties.’

Hoewel Pasterkamp haar missie begrijpt, brengt hij vanuit zijn positie als ALS-onderzoeker de nodige nuance aan. Zo stelt hij: ‘Onderzoekers zijn niet intrinsiek gemotiveerd om dieren te gebruiken, het is echt nog noodzaak.’ Hoe graag men ook ziet dat de transitie naar proefdiervrije innovaties gemaakt wordt, is dat in zijn ogen nu nog geen realistische stap. ‘Onderzoek omvat meer dan het ontwikkelen van nieuwe medicijnen’, legt hij uit. ‘Aan de basis daarvan staat fundamenteel onderzoek naar ziektemechanismen. Proefdiervrije alternatieven zijn daar momenteel ontoereikend voor; de complexiteit van sommige organen en systemen is niet te vangen in een schaaltje. Daarom spreek ik liever over proefdierarm onderzoek.’


Foto: Seth Carnill

Systeemverandering
De Groot, woordvoerder op het gebied van Landbouw en Natuur, benadert het vraagstuk vanuit een ander perspectief door de institutionele automatismen aan te halen die diep ingebakken zitten in de wetenschap. Hij doelt daarmee op het feit dat proefdiergebruik nog steeds de gouden standaard is – in subsidieaanvragen en onderzoeksvoorstellen, in de manier waarop proefdierfaciliteiten een prominente plek hebben in gebouwen en hoe het onderwijscurriculum nu is ingericht. Want, zo stelt hij: ‘Je lost een probleem niet op met een denkwijze die het probleem heeft veroorzaakt. We moeten vóórbij de dierproef denken, maar dan moet het beleid dat wel mogelijk maken.’

‘Overstappen naar proefdiervrije alternatieven vraagt best wel wat van mensen, dat kunnen ze niet alleen’, beaamt Aan. Evenals Salvatori ziet zij een proefdiervrije toekomst voor zich. Zo luidt haar stelling: ‘In 2022 is het doen van dierproeven niet langer een noodzaak, maar een keuze.’ Ze maakt daarbij wel een belangrijke kanttekening. ‘Timing is cruciaal’, zegt ze. ‘Als we té snel de transitie maken, lopen we het risico dat de zorg niet meer veilig is. Ook bij Stichting Proefdiervrij zijn we nog niet bereid dat risico te nemen. Het is daarom zaak om proefdieren op den duur overbodig te maken, zodat we zorg op een verantwoorde manier kunnen blijven garanderen. We hopen dat dat voor 2030 lukt.’


Foto: Seth Carnill

Samen verder
De experts zijn het er dus over eens: iets dat zo diep geworteld zit als het gebruik van proefdieren als onderzoeksmodel, verander je niet van vandaag op morgen. Maar het is wel belangrijk om met elkaar vast te stellen waar het beginpunt is. Volgens Pasterkamp is dat het voeren van een constructieve en open discussie, zoals hier vandaag het geval is. Salvatori deelt die opvatting en vult aan: ‘We moeten nadenken over nieuwe systemen om samen te werken. Als onderzoekers zijn we soms zo druk om resultaten op te leveren, dat deze kant van de wetenschap onderbelicht blijft.’ De transitie naar proefdiervrije innovaties vraagt namelijk niet alleen een mindsetverandering onder wetenschappers, maar ook medewerking van bedrijven, instituten, onderwijsinstellingen, burgers en financiers.

Dat het onderwerp leeft bij het publiek blijkt uit de vele reacties uit de zaal. De vragen volgen zich op een gegeven moment zo snel op dat de microfoon haast rennend word doorgeven. Het levert een mooie discussie op tussen het publiek en de experts aan tafel. ‘Dit debat had eigenlijk een dialoog moeten heten’, merkt Krul dan ook terecht op aan het eind van de sessie. Ze haalt daarbij nogmaals het pleidooi van Pasterkamp aan om met elkaar in gesprek te blijven gaan; om niet over elkaar te praten, maar met elkaar. ‘We willen allemaal de transitie maken naar proefdiervrije innovaties, dat staat buiten kijf’, sluit Krul af. ‘Hoe we daar komen, daar moeten we het met elkaar over blijven hebben.’

 

Geschreven door: Eline Kraaijenvanger, New Scientist